Taal(kundig)
onderzoek in de praktijk van de lerarenopleiding
Verslag van de
LOPON2 - MASTERCLASS 2007
Ofwel: hoe het toch nog een geslaagde dag werd.
De masterclass was bijna niet doorgegaan
vanwege diverse rampspoed; maar de 43 deelnemers hebben daar weinig van
gemerkt. Dat is te danken aan Nanke Dokter, die de dag inhoudelijk
(her-)organiseerde en de gastvrouwfunctie van onze zieke voorzitter Ina
Vording overnam, aan Willy Belmans die met verve de taak van
discussieleider op zich nam ter vervanging van Jo van den Hauwe, aan Peter
van Lint die op geweldige wijze de lezing van zijn gemeen uitgegleden
partner Ietje Pauw presenteerde en aan Bart van der Leeuw die er gelukkig
wel 'gewoon' was en bovendien terzijde stond in het oplossen van de
problemen. We begonnen niet al te vroeg; om 10.15 uur. Dat had als
voordeel dat degenen die van ver kwamen niet helemaal midden in de nacht
het bed uit moesten en als resultaat dat eigenlijk iedereen op tijd was.
Deze dag draaide om twee promotie-
onderzoeken: Het onderzoek van Bart van der Leeuw en dat van Ietje Pauw,
waarop zij zomer 2007 hoopt te promoveren. De middag werd gebruikt voor
het uitvoeren van een individuele schrijfopdracht naar aanleiding van de
twee lezingen, een groepsgewijze inventarisatie en vervolgens een plenaire
dicussie die de dag afsloot. Inhoudelijk dan, want veel deelnemers bleven
nog napraten onder het genot van een drankje.
Lezing Bart van der Leeuw: 'De
frustratie van formats'
Bart is docent taaldidactiek en Nederlands op de Fontys Pabo
's-Hertogenbosch. Hij promoveerde in 2006 op het onderwerp 'Schrijftaken
in de lerarenopleiding; een etnografie van onderwijs-
vernieuwing': er zijn geen harde conclusies (the meaning is in the
reading). Bart heeft zich afgevraagd wat schrijven kan betekenen voor het
leerproces van studenten. Aan de hand van vier casussen met
schrijfopdrachten bekijkt hij welke leereffecten deze hebben bij
studenten. Hij zoekt naar de betekenis van de schrijfopdracht als
cultureel fenomeen, als werkelijkheid van de opleiding. Opvallend is dat
de formats die als hulpmiddel worden ingezet, vaak niet worden gebruikt
zoals bedoeld. Studenten laten zich moeilijk dwingen in een bepaald format
en gaan, ondanks het geëiste format, toch op hun eigen manier
reflecteren. De studenten neigen daarbij tot niet-rationele, betrokken
reflectie en komen ook niet verder dan dat. Opvallend is ook dat meestal
de negatieve elementen naar voren komen en de positieve juist niet. De
andere kant is dat het heel moeilijk is om een goed format te ontwikkelen
en dat een heleboel schrijfopdrachten niet goed zijn geformuleerd. De
vraag is dus wat de functie van de formats is en of studenten leren
dankzij of ondanks de formats. Bart concludeert dat de formats eigenlijk
leerinhouden zijn, die bovendien op gespannen voet staan met het
constructivistisch leren. Goede feedback is er vaak niet, hoogstens een
controle van de schrijftaak. Een veel gehoorde klacht is dan ook: leest
mijn begeleider de verslagen wel?
Vragen Gevraagd werd of het gebruik van formats niet gewoon moet
worden getraind? Bart beaamt dit, maar voegt eraan toe dat dit in zijn
eigen praktijk weinig heeft opgeleverd. Je zou een didactiek moeten
ontwikkelen om de student een kritische distantie aan te leren. Een ander
idee vanuit de deelnemers was om studenten in groepjes naar keuze hun
stage te laten evalueren. Je zou kunnen inventariseren welke zaken steeds
terugkomen en die informatie gebruiken in een format. Ook meer mondelinge
reflectie werd als alternatief aangedragen.
Lezing Ietje Pauw, door Peter van
Lint:
'Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie reflecteert er in dit land?'
Peter van Lint, al 20 jaar partner van Ietje Pauw, is nauw betrokken bij
haar promotie. Ooit was Ietje zelfs zijn student. Zelf werkt hij als
freelance docent. Peter benadrukte de rol van de leraar als connaisseur.
In die rol beoordeelt hij het reflectieverslag van de student. Dat is
altijd taalexpressie en er moeten eisen worden gesteld aan inhoud en vorm.
Reflecteren is momenteel een hype. Gevolg: studenten worden
'reflectie-moe'. Ietje pleit daarom voor het terugbrengen van de
frequentie en voor meer diepgang. Dit laatste kan worden gerealiseerd door
studenten de kunst van het vertellen van verhalen te leren, waarbij een
situatie kan worden uitgediept en in een breder kader kan worden
geplaatst. Het kan gaan over zaken die voor verbetering vatbaar zijn, maar
ook om zaken waarover de student zelf tevreden is, die goed gingen: dit
doe ik de volgende keer weer zo.... Ietjes proefschrift is gebaseerd op de
terugkeer van de retorica: het in ere herstellen van een aloud kader. Veel
reflectiemodellen leiden tot een soort tunnelvisie; de retorica
daarentegen gaat uit van de vraag: wat is er mogelijk? Ook verbale
strategieën (o.a. taalgebruik, woordkeus) zijn belangrijk:: welke
woorden, zinscontructies, opbouw gebruik je in welke situaties? Voorwaarde
is dan wel dat studenten verschillende schrijfstijlen in
hun bagage hebben. En dat is niet het geval. Ietje heeft 30 reflectie-
verslagen onderzocht die duidelijk getuigen van een te gering
intellectueel niveau en met een hoog popiejopiegehalte en dit geldt
onverminderd ook voor het reflecteren zelf. Ook een opbouw is ver
te zoeken. Studenten moeten schrijven voor publiek (bijv. de docent) en
die moet dan ook serieus omgaan met de beoordeling ervan. De docent is
niet alleen begeleider, hij is ook beoordelaar. De student heeft recht op
een beoordeling: een tijdelijk eindpunt. De docent is connaisseur: hij
oordeelt wel niet zuiver objectief (eerder intuïtief) maar wel vanuit een
jarenlange opgebouwde vakkennis. Daarin ligt juist de waarde van zo'n
beoordeling. Peter betoogde namens Ietje dat reflecteren altijd taal is en
dus niet het exclusieve domein van onderwijskundigen. Juist de docent
Nederlands is de deskundige.
Taal moet daarom ook op de pabo een grotere plaats krijgen: en hiermee
wordt meer bedoeld dan ontleden en spellen.
Middagprogramma Na de lunch
kregen alle deelnemers een schrijfopdracht die ze eerst individueel en
vervolgens in groepjes nader uitwerkten. De opdracht betrof het formuleren
van een aantal adviezen aan resp. collega's en het management op het
gebied van reflecteren. Willy Belmans leidde de rapportage en de discussie
in goede banen.
Enkele opmerkingen en uitspraken:
- Vakgebied en opleiding zijn niet goed te scheiden.
- Een betere kwaliteit van reflectie (diepgang, vorm en feedback).
- De connaisseur vervalt vaak weer in de rol van student als hij zelf een
pop moet schrijven.
- Taal is denken: taallector eis je plek op!
- Taalcoördinatie laten uitvoeren door een docent Nederlands en een
andere docent, waarbij de docent Nederlands de specialist is.
- Andere docenten moeten meertalig worden.
- Persoonlijke groei van de student moet gekoppeld blijven aan de
pedagogisch-didactische bagage!
- Accreditatie kan gebruikt worden voor meer aandacht voor
taalbeleid.
- Verhalen zijn leertheoretisch belangrijk.
- Ook literatuur zou weer een plek moeten krijgen op de pabo.
- Taalrepertoire moet in beeld gebracht worden; waar is consensus over en
wat willen we eigenlijk? Er is zeker geen gebrek aan inhouden, maar wel
aan facilitering. De competenties moeten worden ingevuld en er moet een
kennisbasis worden gedefinieerd.
- Studenten kunnen met hun sturingsbevoegdheid taalmodules omzeilen. Er is
sprake van een ontsporing; studenten shoppen. Dat zou niet mogelijk moeten
zijn.
Slotopmerkingen Er was enige
teleurstelling bij Peter van Lint, omdat de vorm van reflecteren waar
Ietje zich sterk voor maakt, niet in de discussie naar voren kwam. Bart
benadrukt dat alles draait om taalbeleid. Daarmee kunnen we een stempel
drukken op de opleiding. Taalbeleid moet tussen de oren van de
beleidsontwikkelaars komen. Een bottom-up benadering - waarbij ook andere
vakgebieden worden betrokken - lijkt de beste strategie. Willy liet weten
dat dit laatste al zijn vruchten afwerpt op de XIOS hogeschool. Daar
zitten de taalcompetenties in alle modules: op zo'n manier krijgen ze ook
het gewicht dat ze verdienen.
Afsluiting Zoals eerder
gezegd: we sloten af met een glaasje en een nootje en nog heel wat mensen
bleven wat napraten. Een waardige afsluiting van onze Masterclass 2007.
Dank aan allen die dit mogelijk maakten.