hoofdpagina omhoog 

 

 

 

 

 

Laatst bijgewerkt op 
10-11-2008

 

Masterclass 2007

KPC-gebouw, Den Bosch, 9 februari

Taal(kundig) onderzoek in de praktijk van de lerarenopleiding 

Verslag van de LOPON2 - MASTERCLASS 2007 
Ofwel: hoe het toch nog een geslaagde dag werd. 

De masterclass was bijna niet doorgegaan vanwege diverse rampspoed; maar de 43 deelnemers hebben daar weinig van gemerkt. Dat is te danken aan Nanke Dokter, die de dag inhoudelijk (her-)organiseerde en de gastvrouwfunctie van onze zieke voorzitter Ina Vording overnam, aan Willy Belmans die met verve de taak van discussieleider op zich nam ter vervanging van Jo van den Hauwe, aan Peter van Lint die op geweldige wijze de lezing van zijn gemeen uitgegleden partner Ietje Pauw presenteerde en aan Bart van der Leeuw die er gelukkig wel 'gewoon' was en bovendien terzijde stond in het oplossen van de problemen. We begonnen niet al te vroeg; om 10.15 uur. Dat had als voordeel dat degenen die van ver kwamen niet helemaal midden in de nacht het bed uit moesten en als resultaat dat eigenlijk iedereen op tijd was. Deze dag draaide om twee promotie-
onderzoeken: Het onderzoek van Bart van der Leeuw en dat van Ietje Pauw, waarop zij zomer 2007 hoopt te promoveren. De middag werd gebruikt voor het uitvoeren van een individuele schrijfopdracht naar aanleiding van de twee lezingen, een groepsgewijze inventarisatie en vervolgens een plenaire dicussie die de dag afsloot. Inhoudelijk dan, want veel deelnemers bleven nog napraten onder het genot van een drankje. 

Lezing Bart van der Leeuw: 'De frustratie van formats' 
Bart is docent taaldidactiek en Nederlands op de Fontys Pabo 's-Hertogenbosch. Hij promoveerde in 2006 op het onderwerp 'Schrijftaken in de lerarenopleiding; een etnografie van onderwijs-
vernieuwing': er zijn geen harde conclusies (the meaning is in the reading). Bart heeft zich afgevraagd wat schrijven kan betekenen voor het leerproces van studenten. Aan de hand van vier casussen met schrijfopdrachten bekijkt hij welke leereffecten deze hebben bij studenten. Hij zoekt naar de betekenis van de schrijfopdracht als cultureel fenomeen, als werkelijkheid van de opleiding. Opvallend is dat de formats die als hulpmiddel worden ingezet, vaak niet worden gebruikt zoals bedoeld. Studenten laten zich moeilijk dwingen in een bepaald format en gaan, ondanks het geëiste format, toch op hun eigen manier reflecteren. De studenten neigen daarbij tot niet-rationele, betrokken reflectie en komen ook niet verder dan dat. Opvallend is ook dat meestal de negatieve elementen naar voren komen en de positieve juist niet. De andere kant is dat het heel moeilijk is om een goed format te ontwikkelen en dat een heleboel schrijfopdrachten niet goed zijn geformuleerd. De vraag is dus wat de functie van de formats is en of studenten leren dankzij of ondanks de formats. Bart concludeert dat de formats eigenlijk leerinhouden zijn, die bovendien op gespannen voet staan met het constructivistisch leren. Goede feedback is er vaak niet, hoogstens een controle van de schrijftaak. Een veel gehoorde klacht is dan ook: leest mijn begeleider de verslagen wel? 
Vragen
  Gevraagd werd of het gebruik van formats niet gewoon moet worden getraind? Bart beaamt dit, maar voegt eraan toe dat dit in zijn eigen praktijk weinig heeft opgeleverd. Je zou een didactiek moeten ontwikkelen om de student een kritische distantie aan te leren. Een ander idee vanuit de deelnemers was om studenten in groepjes naar keuze hun stage te laten evalueren. Je zou kunnen inventariseren welke zaken steeds terugkomen en die informatie gebruiken in een format. Ook meer mondelinge reflectie werd als alternatief aangedragen. 

Lezing Ietje Pauw, door Peter van Lint: 
'Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie reflecteert er in dit land?'
 
Peter van Lint, al 20 jaar partner van Ietje Pauw, is nauw betrokken bij haar promotie. Ooit was Ietje zelfs zijn student. Zelf werkt hij als freelance docent. Peter benadrukte de rol van de leraar als connaisseur. In die rol beoordeelt hij het reflectieverslag van de student. Dat is altijd taalexpressie en er moeten eisen worden gesteld aan inhoud en vorm. Reflecteren is momenteel een hype. Gevolg: studenten worden 'reflectie-moe'. Ietje pleit daarom voor het terugbrengen van de frequentie en voor meer diepgang. Dit laatste kan worden gerealiseerd door studenten de kunst van het vertellen van verhalen te leren, waarbij een situatie kan worden uitgediept en in een breder kader kan worden geplaatst. Het kan gaan over zaken die voor verbetering vatbaar zijn, maar ook om zaken waarover de student zelf tevreden is, die goed gingen: dit doe ik de volgende keer weer zo.... Ietjes proefschrift is gebaseerd op de terugkeer van de retorica: het in ere herstellen van een aloud kader. Veel reflectiemodellen leiden tot een soort tunnelvisie; de retorica daarentegen gaat uit van de vraag: wat is er mogelijk? Ook verbale strategieën (o.a. taalgebruik, woordkeus) zijn belangrijk:: welke woorden, zinscontructies, opbouw gebruik je in welke situaties? Voorwaarde is dan wel dat studenten verschillende schrijfstijlen in 
hun bagage hebben. En dat is niet het geval. Ietje heeft 30 reflectie-
verslagen onderzocht die duidelijk getuigen van een te gering intellectueel niveau en met een hoog popiejopiegehalte en dit geldt onverminderd ook voor het reflecteren zelf. Ook een opbouw is ver 
te zoeken. Studenten moeten schrijven voor publiek (bijv. de docent) en die moet dan ook serieus omgaan met de beoordeling ervan. De docent is niet alleen begeleider, hij is ook beoordelaar. De student heeft recht op een beoordeling: een tijdelijk eindpunt. De docent is connaisseur: hij oordeelt wel niet zuiver objectief (eerder intuïtief) maar wel vanuit een jarenlange opgebouwde vakkennis. Daarin ligt juist de waarde van zo'n beoordeling. Peter betoogde namens Ietje dat reflecteren altijd taal is en dus niet het exclusieve domein van onderwijskundigen. Juist de docent Nederlands is de deskundige. 
Taal moet daarom ook op de pabo een grotere plaats krijgen: en hiermee wordt meer bedoeld dan ontleden en spellen. 

Middagprogramma  Na de lunch kregen alle deelnemers een schrijfopdracht die ze eerst individueel en vervolgens in groepjes nader uitwerkten. De opdracht betrof het formuleren van een aantal adviezen aan resp. collega's en het management op het gebied van reflecteren. Willy Belmans leidde de rapportage en de discussie in goede banen. 
Enkele  opmerkingen en uitspraken: 
- Vakgebied en opleiding zijn niet goed te scheiden. 
- Een betere kwaliteit van reflectie (diepgang, vorm en feedback). 
- De connaisseur vervalt vaak weer in de rol van student als hij zelf een pop moet schrijven. 
- Taal is denken: taallector eis je plek op! 
- Taalcoördinatie laten uitvoeren door een docent Nederlands en een andere docent, waarbij de docent Nederlands de specialist is. 
- Andere docenten moeten meertalig worden. 
- Persoonlijke groei van de student moet gekoppeld blijven aan de pedagogisch-didactische bagage! 
- Accreditatie kan gebruikt worden voor meer aandacht voor taalbeleid. 
- Verhalen zijn leertheoretisch belangrijk. 
- Ook literatuur zou weer een plek moeten krijgen op de pabo. 
- Taalrepertoire moet in beeld gebracht worden; waar is consensus over en wat willen we eigenlijk? Er is zeker geen gebrek aan inhouden, maar wel aan facilitering. De competenties moeten worden ingevuld en er moet een kennisbasis worden gedefinieerd. 
- Studenten kunnen met hun sturingsbevoegdheid taalmodules omzeilen. Er is sprake van een ontsporing; studenten shoppen. Dat zou niet mogelijk moeten zijn. 

Slotopmerkingen  Er was enige teleurstelling bij Peter van Lint, omdat de vorm van reflecteren waar Ietje zich sterk voor maakt, niet in de discussie naar voren kwam. Bart benadrukt dat alles draait om taalbeleid. Daarmee kunnen we een stempel drukken op de opleiding. Taalbeleid moet tussen de oren van de beleidsontwikkelaars komen. Een bottom-up benadering - waarbij ook andere vakgebieden worden betrokken - lijkt de beste strategie. Willy liet weten dat dit laatste al zijn vruchten afwerpt op de XIOS hogeschool. Daar zitten de taalcompetenties in alle modules: op zo'n manier krijgen ze ook het gewicht dat ze verdienen. 

Afsluiting  Zoals eerder gezegd: we sloten af met een glaasje en een nootje en nog heel wat mensen bleven wat napraten. Een waardige afsluiting van onze Masterclass 2007. Dank aan allen die dit mogelijk maakten.

 

LOPON2 - Vereniging van lerarenopleiders primair onderwijs Nederlands en Nederlands als tweede taal / Secretariaat: Postbus 1195, 5602 BD  EINDHOVEN / lopon2@planet.nl